ECLI:NL:CRVB:2016:1128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Appellant, werkzaam als schilder, meldde zich op 11 maart 2014 ziek met psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek vast dat appellant per 11 maart 2014, subsidiair per 1 mei 2014, geschikt was om zijn arbeid te verrichten en beëindigde de Ziektewetuitkering.
Appellant maakte bezwaar en kreeg bij besluit van 11 juni 2014 alsnog een ZW-uitkering toegekend met ingang van 23 april 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant geen medische stukken had overgelegd die arbeidsongeschiktheid vanaf 11 maart 2014 konden onderbouwen.
In hoger beroep betwist appellant dit oordeel en stelt dat hij vanaf de ziekmelding arbeidsongeschikt was. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank, omdat appellant geen nieuwe medische informatie heeft aangeleverd die het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zou weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 23 april 2014 bevestigd.