ECLI:NL:CRVB:2016:1133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Appellant ontving studiefinanciering als uitwonende student, maar de minister herzag dit op basis van een huisbezoek waaruit bleek dat appellant niet op het GBA-adres woonde. De hoofdbewoonster verklaarde dat appellant nauwelijks op het adres verbleef, geen sleutel had en slechts post ophaalde.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, waarbij zij het huisbezoekrapport en de verklaring van de hoofdbewoonster als voldoende bewijs achtte. Het feit dat de hoofdbewoonster haar verklaring later introk en de taalbarrière speelde geen doorslaggevende rol, mede omdat het gesprek in het Turks plaatsvond en correct werd vastgelegd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar voerde geen nieuwe feiten aan. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het bewijs voldoende was om te concluderen dat appellant niet op het GBA-adres woonde. Het hoger beroep werd verworpen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van studiefinanciering wordt bevestigd.