Uitspraak
OVERWEGINGEN
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een 83-jarige AOW-gerechtigde met AIO-aanvulling, vroeg bijzondere bijstand aan voor de vervanging van een wasmachine, bed en elektrisch fornuis. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit af omdat deze kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten die uit het inkomen betaald moeten worden en er geen bijzondere omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. Appellante stelde dat haar hoge leeftijd, medische beperkingen en schulden haar belemmerden om te reserveren, en dat het college inhoudingen op haar uitkering verrichtte. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzondere omstandigheden zijn die bijzondere bijstand rechtvaardigen, mede omdat de aard en omvang van de medische kosten onvoldoende waren onderbouwd.
Ook het feit dat appellante de goederen op afbetaling moest aanschaffen en daardoor schulden kreeg, werd niet als bijzondere omstandigheid gezien. De Raad benadrukte dat de kosten voorzienbaar waren en dat appellante had kunnen reserveren. Een door appellante aangehaald beleid voor renteloze leningen of giften kon niet worden meegenomen omdat dit niet uit het dossier bleek en het college hier niet op kon reageren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van wasmachine, bed en fornuis wordt bevestigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.