ECLI:NL:CRVB:2016:1151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding studiefinanciering
Appellant ontving studiefinanciering inclusief studentenreisproduct voor 2013. Na beëindiging van zijn studie meldde hij dit aan de minister, waarna de studiefinanciering werd stopgezet. De minister constateerde echter dat appellant onterecht gebruik maakte van het studentenreisproduct en legde een OV-schuld op.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deed dit na afloop van de wettelijke bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellant stelde dat zijn psychische gesteldheid en communicatieproblemen met de minister de termijnoverschrijding verklaarden, maar dit werd niet met medische stukken onderbouwd.
De Raad overwoog dat appellant en zijn vader voldoende tijd hadden om tijdig bezwaar te maken en dat het late indienen niet verschoonbaar was. De minister had bovendien niet onredelijk gehandeld. Het hoger beroep faalt, en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens termijnoverschrijding wordt bevestigd.