ECLI:NL:CRVB:2016:1154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na herhaalde ziekmelding wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, voormalig onderwijzer, meldde zich herhaaldelijk ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een WW-uitkering. Na een medisch onderzoek door het UWV werd hij per 31 januari 2014 hersteld verklaard en werd de Ziektewetuitkering beëindigd. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde het besluit na onderzoek en gesprek met appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen nieuwe medische stukken waren overgelegd die het oordeel van de artsen konden weerleggen. In hoger beroep stelde appellant dat zijn mentale beperkingen onvoldoende waren erkend en overhandigde een psychiatrisch rapport van maart 2015.
De Raad oordeelde dat dit rapport niet doorslaggevend was omdat het niet betrekking had op de situatie per 31 januari 2014. Verder was onvoldoende onderbouwd welke aspecten van het werk mentaal belastend waren. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing van arbeidsongeschiktheid per 31 januari 2014.