Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt uitspraak 2.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was werkzaam bij het Ministerie van VROM en bracht in 1998 aanwijzingen van fraude binnen zijn dienst naar voren. Na het neerleggen van werkzaamheden door de directeur en een strafrechtelijk onderzoek zonder vervolging, werd betrokkene in 2003 eervol ontslagen wegens verstoorde verhoudingen. De minister kende hem enkele financiële voorzieningen toe, waaronder een outplacementtraject en het afzien van terugvordering van een bedrag.
Betrokkene verzocht in 2011 om nakoming van pensioenpremieafdracht en aanvullende schadevergoeding, welke verzoeken door de minister werden afgewezen. De rechtbank bevestigde de rechtmatigheid van het ontslag en de voorzieningen. Betrokkene stelde hoger beroep en verzocht om herziening van de eerdere uitspraak, stellende dat nieuwe feiten en omstandigheden een ander oordeel rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat de aangevoerde documenten en brieven geen nieuwe feiten bevatten en dat getuigenverhoren niet noodzakelijk waren omdat deze geen ander licht op het ontslagbesluit konden werpen. Het verzoek om herziening werd afgewezen en het hoger beroep tegen de afwijzing van aanvullende voorzieningen werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen en het hoger beroep tegen de afwijzing van aanvullende voorzieningen wordt ongegrond verklaard.