ECLI:NL:CRVB:2016:1165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid na ziekte bij gemeente Delft
Appellante was sinds 2001 werkzaam bij de gemeente Delft en viel in 2011 uit wegens een ernstige lichamelijke aandoening. Na gedeeltelijke re-integratie en detachering bij een andere gemeente meldde zij zich in januari 2013 weer volledig arbeidsongeschikt. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe wegens volledige arbeidsongeschiktheid.
Het college van burgemeester en wethouders van Delft verleende appellante eervol ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 8:4 van Pro de CAR/UWO. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna de rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd en een belangenafweging had gemaakt, maar dat dit motiveringsgebrek was hersteld en de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven.
In hoger beroep betwistte appellante de beslissing van de rechtbank om het ontslag in stand te laten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college aan alle voorwaarden had voldaan, waaronder de vereiste periode van 24 maanden arbeidsongeschiktheid en de positieve beoordeling van re-integratie-inspanningen door het UWV. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd zonder schadevergoeding.