ECLI:NL:CRVB:2016:1167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- C.H. Bangma
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Onterecht ontslag wegens vermeende verstoring arbeidsverhouding bij waterschap
Appellante was sinds 1982 werkzaam bij het waterschap en werd in 2011 uit haar functie ontheven na een incident met haar leidinggevende. Pogingen tot mediation en re-integratie volgden, maar het dagelijks bestuur besloot haar boven de formatie te plaatsen en uiteindelijk te ontslaan wegens vermeende vertrouwensbreuk.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het ontslag niet-ontvankelijk, waardoor het ontslag onherroepelijk werd. In hoger beroep stelde appellante dat ten tijde van het ontslag geen sprake was van een onoplosbare verstoring van de arbeidsverhouding. De Raad volgde dit standpunt en oordeelde dat het dagelijks bestuur onvoldoende had geprobeerd de conflictsituatie te doorbreken en appellante ten onrechte niet had gewaarschuwd.
De Raad vernietigde het ontslagbesluit en het daarop volgende besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Tevens veroordeelde de Raad het dagelijks bestuur tot vergoeding van de proceskosten van appellante. Het ontslag op andere gronden werd daarmee onrechtmatig verklaard.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd wegens gebrek aan een verstoorde arbeidsverhouding en onrechtmatigheid.