ECLI:NL:CRVB:2016:118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek materiële schadevergoeding wegens onrechtmatige intrekking bijstand
Appellant ontving sinds november 2007 bijstand op grond van de WWB. Het college trok de bijstand op verschillende momenten onrechtmatig in, waarna de bijstand met rente werd nagekomen. Appellant verzocht vervolgens om vergoeding van immateriële en materiële schade.
De rechtbank kende appellant een immateriële schadevergoeding toe van €5.000,-, maar wees de materiële schadevergoeding af. In hoger beroep betwist appellant deze afwijzing.
De Raad stelt vast dat het overgangsrecht van toepassing is en dat de onrechtmatigheid van de besluiten vaststaat. De wettelijke rente is correct toegekend en de door appellant opgevoerde materiële schade betreft kosten die voortvloeien uit de vertraging van betaling.
Volgens het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht kan naast de wettelijke rente geen extra vergoeding worden toegekend voor schade door betalingsachterstand. De Raad oordeelt dat de door appellant aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om hiervan af te wijken en bevestigt daarom de afwijzing van de materiële schadevergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om materiële schadevergoeding wordt afgewezen en de eerdere immateriële schadevergoeding van €5.000,- blijft gehandhaafd.