ECLI:NL:CRVB:2016:1189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij WIA-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn WIA-uitkering, maar diende dit bezwaarschrift te laat in. Hoewel appellant aanvoerde dat een arbeidsdeskundige op de hoogte was van zijn buitenlandse reis en daarom uitstel zou zijn toegezegd, kon dit niet worden bewezen. De brief van 10 februari 2014 werd door het UWV terecht niet als bezwaarschrift beschouwd omdat het een verzoek om informatie betrof.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende maatregelen had getroffen om tijdig te reageren op correspondentie tijdens zijn verblijf in het buitenland. Dit oordeel werd bevestigd door de Centrale Raad van Beroep, die het hoger beroep van appellant ongegrond verklaarde.
De Raad benadrukte dat het de eigen verantwoordelijkheid van appellant is om voorafgaand aan een verblijf in het buitenland het UWV te informeren over bereikbaarheid of te zorgen voor adequate postbehandeling. Er werd geen aanleiding gezien om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen de WIA-uitkeringsbeslissing is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.