ECLI:NL:CRVB:2016:119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering re-integratietraject en recidive
Appellant ontvangt sinds januari 2012 bijstand op grond van de WWB. Het college heeft meerdere malen een re-integratietraject bij de WSD-groep ingekocht en appellant verplicht deel te nemen. Na weigering van verschillende aangeboden werkplekken heeft het college de bijstand met 100% verlaagd, eerst voor een maand en later voor twee maanden vanwege recidive.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de verlagingen ongegrond, en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college terecht maatwerk heeft geleverd bij het aanbod van de re-integratievoorzieningen, rekening houdend met de afstand tot de arbeidsmarkt en persoonlijke omstandigheden van appellant.
Hoewel appellant medische klachten aanvoerde als reden voor weigering, bood hij onvoldoende bewijs en weigerde hij een werkplek te bezoeken. De Raad concludeert dat appellant verwijtbaar tekort is geschoten in zijn verplichting tot arbeidsinschakeling. De opgelegde maatregel van 100% verlaging van de bijstand voor twee maanden is conform de geldende verordening en rechtspraak. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% voor twee maanden wegens verwijtbare weigering van het re-integratietraject en recidive wordt bevestigd.