ECLI:NL:CRVB:2016:1196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als slijper, meldde zich ziek met klachten aan zijn rechterelleboog en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en beroep, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen en belastbaarheid van appellant beoordeelden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Appellants argumenten over medicijngebruik en taalbeheersing werden niet gevolgd vanwege gebrek aan bewijs.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Raad oordeelde dat er geen reden was om het medisch en arbeidskundig oordeel te herzien. De geselecteerde functies werden passend geacht en er was geen bewijs dat appellant de Nederlandse taal niet kan leren. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid; bestreden uitspraak bevestigd.