Uitspraak
14 augustus 2014, 14/42 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, gehuwd sinds 2006, vroeg bijstand aan als alleenstaande, stellende duurzaam gescheiden te leven van zijn echtgenote die in Marokko woont. Het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel wees de aanvraag af na onderzoek, omdat appellant niet duurzaam gescheiden leefde.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college terecht aannam dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde. Dit was mede gebaseerd op het feit dat appellant bij een eerdere remigratievoorziening het adres en de bankrekening van zijn echtgenote gebruikte, en dat een Akte continuering huwelijk was opgesteld, wat duidt op de intentie om samen te wonen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel duurzaam gescheiden leefde en dat de Akte continuering een normale procedure in Marokko betrof. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden aanvoerde die het oordeel van de rechtbank ondermijnden en bevestigde het oordeel dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde.
De Raad concludeerde dat de afwijzing van de bijstandsaanvraag terecht was en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het ontbreken van duurzaam gescheiden leven wordt bevestigd.