ECLI:NL:CRVB:2016:1210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- E. Dijt
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van terugwerkende kracht Wajong-uitkering wegens late aanvraag
Appellant, geboren in 1966, vroeg op 1 juni 2007 een Wajong-uitkering aan wegens sinds jeugd bestaande psychische problematiek. Het UWV wees deze aanvraag af omdat niet duidelijk was of appellant rond zijn zeventiende en achttiende jaar arbeidsongeschikt was. Na bezwaar werd hem een uitkering toegekend vanaf 21 juni 2006, één jaar voor de aanvraagdatum, conform de wettelijke regel.
Appellant stelde dat hij vanwege een schizotypische persoonlijkheidsstoornis niet eerder een aanvraag kon doen en dat er sprake was van een bijzonder geval dat terugwerkende kracht rechtvaardigt. De rechtbank oordeelde dat de late aanvraag vooral voortkwam uit onbekendheid met de Wajong-regeling, niet uit ontkenning van ziekte, en wees het beroep af.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Het rapport van de psychiater toonde ziektebesef aan en er waren geen aanwijzingen dat appellant door zijn stoornis niet in staat was eerder een aanvraag te doen, zeker niet met hulp van derden. De late aanvraag was dus geen bijzonder geval en de uitkering kon niet verder terug dan één jaar voor de aanvraagdatum.
Uitkomst: De aanvraag voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen met terugwerkende kracht vóór één jaar voor de aanvraagdatum wegens ontbreken van een bijzonder geval.