ECLI:NL:CRVB:2016:1218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- G.M.G. Hink
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek zonder zwaarwegend belang
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college vermoedde dat zij met haar partner een gezamenlijke huishouding voerde. Na onderzoek, waaronder het raadplegen van haar Facebook-account en waarnemingen van de auto's van haar partner bij haar woning, legde het college een onaangekondigd huisbezoek af. Appellante weigerde hieraan mee te werken.
Het college trok daarop de bijstand met ingang van de dag van het huisbezoek in en vorderde de kosten van de bijstand voor die periode terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij ten onrechte werd verweten niet mee te werken en dat het huisbezoek onredelijk was vanwege het tijdstip en haar persoonlijke omstandigheden.
De Raad oordeelde dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek, gegeven de concrete feiten en omstandigheden die twijfel opriepen over de juistheid van de verstrekte gegevens. Het tijdstip van het huisbezoek was niet in strijd met de richtlijnen van het college en het belang van verificatie woog zwaarder dan de persoonlijke omstandigheden van appellante. Door haar weigering kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld, waardoor het college bevoegd was tot intrekking.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens weigering medewerking aan het huisbezoek wordt bevestigd.