ECLI:NL:CRVB:2016:1224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering arbeidsongeschiktheidsbeoordeling UWV in WIA-uitkering
Appellant, een buschauffeur die sinds januari 2011 arbeidsongeschikt is door cardiovasculaire klachten, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld, onder meer vanwege slaapapneu en psychische klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het standpunt van het UWV volgde dat appellant voldeed aan de opleidingseisen van de geselecteerde voorbeeldfuncties. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en voerde aan dat bepaalde functies niet passend waren en dat zijn beperkingen onvoldoende waren erkend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende inzichtelijk was, met name over de geschiktheid van voorbeeldfuncties zoals soldering technician en telefonist. De motivering over het persoonlijk risico bij het werken met een soldeerbout was onvoldoende. Ook de gelijkstelling van diploma's werd besproken. De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het besluit beter te motiveren of andere functies te selecteren, conform artikel 7:12 Awb Pro.
Uitkomst: Het besluit van het UWV ontbeert een deugdelijke motivering en moet binnen zes weken worden herzien.