ECLI:NL:CRVB:2016:1227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellant ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van een rapport van een verzekeringsarts dat appellant vanaf 21 oktober 2013 geschikt is voor ten minste één van de in een eerdere WAO-procedure geselecteerde functies. Op grond hiervan werd de Ziektewetuitkering beëindigd.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en diende beroep in bij de rechtbank, die het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het UWV terecht afzag van het raadplegen van de behandelend sector. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat het UWV zich baseerde op verouderde medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had appellant onderzocht en relevante informatie betrokken. Er was geen aanwijzing voor ernstige psychopathologie of wijziging in de medische situatie. Ook was voor de lichamelijke klachten geen medisch substraat gevonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor ten minste één van de geselecteerde functies.