ECLI:NL:CRVB:2016:1236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel arbeidsvermogen
Appellante, voormalig onderwijsassistente, ontving een Ziektewetuitkering vanwege verergerde diabetesklachten. Het UWV beëindigde haar uitkering op basis van een rapport van een verzekeringsarts die oordeelde dat zij vanaf 3 februari 2014 in staat was haar arbeid te verrichten. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen werden onderschat en dat haar werk fysiek zwaar is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat alle relevante klachten waren betrokken. In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV niet alle informatie had meegewogen en dat de beslissing in strijd was met beginselen van behoorlijk bestuur.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen aanleiding om te twijfelen aan het standpunt van de verzekeringsarts. De Raad concludeerde dat de medische situatie van appellante geen arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante haar arbeid kan hervatten.