ECLI:NL:CRVB:2016:1270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterechte intrekking en terugvordering bijstand wegens contante stortingen
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd geconfronteerd met een besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode augustus tot en met december 2013 vanwege verzwegen contante stortingen op zijn bankrekening.
De rechtbank had het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Helmond bevestigd, stellende dat de stortingen betalingen aan Holland Casino betroffen en niet aannemelijk was dat deze afkomstig waren van eerdere geldopnames.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant aannemelijk heeft gemaakt dat de contante stortingen direct voortvloeien uit geldopnames, mede op basis van bankafschriften en een verklaring van een advocaat van het casino. Tevens zijn medische verklaringen overgelegd die het impulsieve gedrag van appellant ondersteunen.
Daarmee faalt het college in het aannemelijk maken dat de stortingen inkomen vormen. De Raad vernietigt het bestreden besluit en het eerdere besluit van 23 januari 2014 voor zover deze zien op intrekking en terugvordering over de maanden augustus tot en met november 2013. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over augustus tot en met november 2013 wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.