ECLI:NL:CRVB:2017:597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde contante stortingen zonder aantoonbaar verband met opnames
Appellant ontvangt bijstand sinds 2008 en heeft bankafschriften overgelegd waaruit blijkt dat regelmatig contante stortingen en bijschrijvingen van familie en loterijwinsten zijn gedaan zonder melding aan het college. Het college heeft deze bedragen als inkomsten aangemerkt en de bijstand met terugwerkende kracht herzien, waarbij een bedrag van €6.629,45 is teruggevorderd.
De rechtbank heeft het beroep van appellant deels gegrond verklaard wegens een klein bedrag te veel teruggevorderd, maar de hoofdlijn van het besluit bevestigd. In hoger beroep betoogt appellant dat de contante stortingen het gevolg zijn van geldopnames die hij reserveert voor huur en energiekosten, en dat hij geen extra inkomsten heeft ontvangen.
De Raad heeft het bankverkeer geanalyseerd en concludeert, net als de rechtbank, dat er onvoldoende rechtstreeks verband is tussen de opnames en stortingen in tijd en omvang. Hierdoor acht de Raad het aannemelijk dat er wel degelijk extra inkomsten zijn gestort. De eerdere uitspraak van de Raad in een andere zaak is niet vergelijkbaar vanwege andere omstandigheden. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde contante stortingen wordt bevestigd.