ECLI:NL:CRVB:2016:1291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens andere ziekteoorzaak
Appellant ontvangt sinds 1998 een WAO-uitkering wegens nek- en rugklachten. In 2013 meldt hij toegenomen arbeidsongeschiktheid door oogklachten die na behandeling met steroïde injecties zijn ontstaan. Het UWV weigert herziening van de uitkering omdat de toename voortkomt uit een andere ziekteoorzaak.
De rechtbank verklaart het beroep van appellant ongegrond, stellende dat geen direct causaal verband bestaat tussen de injecties en de oogklachten. Appellant voert in hoger beroep aan dat het tijdsverloop niet uitsluit dat de oogklachten door de injecties zijn veroorzaakt.
De Raad oordeelt dat de toegenomen beperkingen voortkomen uit een andere ziekteoorzaak dan waarvoor de WAO-uitkering wordt ontvangen. Een risicofactor zoals de injecties kan niet gelijk worden gesteld aan een ziekteoorzaak. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering tot herziening van de WAO-uitkering bevestigd.