ECLI:NL:CRVB:2016:1293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met zorgvuldige medische grondslag
Appellant ontving sinds 1996 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende fraude door psychiaters, waaronder de behandelend psychiater van appellant, heeft het UWV een heronderzoek uitgevoerd. Dit leidde tot een schorsing en herziening van de uitkering naar 25-35%, later aangepast naar 35-45%.
Appellant bracht in hoger beroep een psychiatrisch rapport in dat stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische beperkingen, met name op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV een zorgvuldige medische grondslag had en de geselecteerde functies passend waren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het UWV voldoende rekening heeft gehouden met de psychische beperkingen per datum in geding, 2 november 2011. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben de beperkingen en geschiktheid van functies zorgvuldig vastgesteld. De door appellant overgelegde medische informatie ziet niet op de datum in geding en vormt geen reden tot twijfel aan de medische beoordeling.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit op een zorgvuldige medische grondslag berust en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering per 2 november 2011 wordt bevestigd met voldoende rekening gehouden met psychische beperkingen.