ECLI:NL:CRVB:2016:1296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenvergoeding reiskosten en verletkosten in zorgverzekeringszaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen de rechtbankuitspraak waarin hij een proceskostenvergoeding kreeg toegekend voor reiskosten en verletkosten in verband met een zorgverzekeringszaak. De rechtbank had de reiskosten berekend op basis van de ANWB-routeplanner, met een afstand van 983 kilometer enkele reis van appellant's woonplaats in Frankrijk naar de rechtbank, en een vergoeding van € 1.100,96 toegekend. De verletkosten werden forfaitair vastgesteld op € 297,50, uitgaande van het laagste tarief van € 7,- per uur.
Appellant voerde aan dat de afstand eigenlijk 1.009 kilometer bedroeg vanwege overnachtingen en dat het uurtarief voor verletkosten minimaal € 80,- moest zijn, gebaseerd op zijn ZZP-werkzaamheden. Daarnaast stelde hij dat hij recht had op vergoeding van meer uren voor rusttijd en voorbereiding.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht de afstand vanaf de woonplaats naar de rechtbank had genomen en de overnachtingsadressen buiten beschouwing had gelaten. Verder werd bevestigd dat verletkosten alleen betrekking hebben op tijdverzuim voor zitting en reis, niet op voorbereiding of rustpauzes. Appellant had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij recht had op een hoger uurtarief dan het forfaitaire tarief van € 7,-. De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak over proceskostenvergoeding wordt bevestigd.