Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als handhaver bij de gemeente Rotterdam en meldde zich ziek in verband met fysieke en psychische klachten. Na pogingen tot re-integratie, die niet duurzaam bleken, werd zij op 3 november 2011 gesommeerd haar werkzaamheden te hervatten als fiscaal controleur. Appellante meldde zich ziek en verscheen niet op het werk, waarna zij overwoog ontslag te nemen en dit uiteindelijk op eigen verzoek deed.
Het UWV weigerde de Ziektewetuitkering op grond van een benadelingshandeling, omdat het ontslag verwijtbaar was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep erkende appellante de benadelingshandeling, maar stelde dat het ontslag haar niet of niet in overwegende mate kon worden verweten vanwege omstandigheden rondom het re-integratietraject en haar psychische gesteldheid.
De Raad oordeelde dat het ontslaginitiatief van appellante uitging, dat het re-integratietraject niet stil had gelegen en dat er geen zodanige dwangpositie bestond dat ontslag haar niet kon worden verweten. Ook de psychische klachten waren niet van dien aard dat zij de gevolgen van haar ontslagverzoek niet kon overzien. De Raad bevestigde daarom de weigering van de Ziektewetuitkering en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens verwijtbaar ontslag en wijst het verzoek om schadevergoeding af.