ECLI:NL:CRVB:2016:1340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op gba-adres
Appellant ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten voor de jaren 2012 en 2013. De minister voerde een onderzoek uit naar de woonsituatie van appellant, waarbij controleurs constateerden dat appellant niet daadwerkelijk woonde op het adres waar hij in de gemeentelijke basisadministratie was ingeschreven. Tijdens het huisbezoek werden slechts enkele persoonlijke spullen van appellant aangetroffen, en bewoners van het flatcomplex verklaarden dat op het betreffende adres alleen een man en vrouw van middelbare leeftijd woonden.
De minister herzag daarop de studiefinanciering en vorderde het teveel betaalde bedrag terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees op de wisselende en onvoldoende aannemelijke verklaringen van appellant over zijn woonsituatie en het bezit van sleutels en studieboeken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij slechts aanvullende vragen had beantwoord en dat de verklaringen van getuigen van het flatcomplex evenmin waarde hadden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het rapport van de controleurs een voldoende feitelijke grondslag bood en dat appellant geen consistente verklaringen had gegeven. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing werd op 13 april 2016 uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de studiefinanciering wordt bevestigd.