ECLI:NL:CRVB:2016:1353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek om toekenning WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, die sinds 1987 arbeidsongeschikt is en naar Marokko is teruggekeerd, heeft herhaaldelijk verzocht om een WAO-uitkering toe te kennen. Het UWV heeft deze verzoeken steeds afgewezen, waarbij het besluit van 26 februari 1998 als uitgangspunt geldt. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het laatste besluit van 24 februari 2014 ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij onafgebroken ziek is geweest sinds 13 mei 1987 en heeft hij medische verklaringen overgelegd. Hij stelt dat onterecht geen medisch onderzoek is verricht en dat hij verzekerd is. De Raad overweegt dat een aanvraag na eerdere afwijzing naar zijn strekking moet worden beoordeeld en dat het aan appellant is om nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aan te dragen.
De Raad constateert dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven tot herziening van het besluit. De medische verklaringen waren reeds bekend of hadden geen betrekking op de situatie op 13 mei 1988. Het UWV hoefde daarom geen nader onderzoek te verrichten. De Raad bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het herhaalde verzoek om een WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.