ECLI:NL:CRVB:2016:1368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor werk ondanks psychische klachten
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek met zwangerschapsklachten en ontving tot juni 2012 een Wazo-uitkering. Daarna meldde zij zich ziek met rug- en bekkenklachten en kreeg zij een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek concludeerde een verzekeringsarts van het UWV dat zij per 9 oktober 2013 geschikt was voor haar functie. Het UWV beëindigde daarop de uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de verzekeringsartsen de geschiktheid van appellante voldoende hadden gemotiveerd. Psychische klachten werden meegewogen, hoewel op de datum in geding geen onderzoek naar deze klachten had plaatsgevonden. De rechtbank vond geen aanleiding om de medische beoordeling te betwijfelen.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat haar psychische klachten op de datum in geding ernstig waren. De Raad concludeerde echter dat zij onvoldoende medische gegevens had overgelegd die dit onderbouwen. De psychische klachten waren pas later vastgesteld en de medische informatie uit 2014 bood geen grond voor een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV dat appellante per 9 oktober 2013 geen recht meer had op ziekengeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot beëindiging van de Ziektewetuitkering per 9 oktober 2013 wordt bevestigd.