ECLI:NL:CRVB:2016:1376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van toekenning en overgang naar LFNP-functie ondanks bezwaar appellant
Appellant, werkzaam bij de politie, maakte bezwaar tegen de toekenning en overgang naar de LFNP-functie [functie A] in schaal 10, terwijl hij aanspraak maakte op een hogere schaal 12 functie. De korpschef had de uitgangspositie van appellant eerder vastgesteld op schaal 11 en besloot tot toekenning van de LFNP-functie in schaal 10. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de transponeringstabel (TPT), hoewel geen algemeen verbindend voorschrift, een zwaarwegende betekenis heeft en dat de korpschef mag uitgaan van de uitkomst van het matchingsproces zoals vastgelegd in de TPT. Appellant moest aannemelijk maken dat de matching niet conform de Regeling en TPT was geschied of dat het resultaat onhoudbaar was, wat niet lukte.
De Raad stelde vast dat het matchingsproces in samenspraak met het Georganiseerd Overleg in Politieambtenarenzaken (GOP) tot stand is gekomen en dat het criterium voor de functietoekenning, hoewel anders geformuleerd dan in oude functiebeschrijvingen, niet ondeugdelijk is. De motivering van de werkgroep matching was inzichtelijk en voldoende onderbouwd. Appellant kon niet aantonen dat zijn functie inhoudelijk overeenkwam met de hogere schaal 12 functie.
Daarmee faalde het hoger beroep en werd de uitspraak van de rechtbank Limburg bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de LFNP-functie schaal 10 wordt bevestigd.