ECLI:NL:CRVB:2016:1393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag wegens onduidelijke woonsituatie
Appellante, die een uitkering ontvangt op grond van de Wajong, vroeg een langdurigheidstoeslag aan over 2014. Het college wees deze aanvraag af omdat een medebewoner (B) vanaf 4 oktober 2013 op het adres van appellante stond ingeschreven, waardoor de bijstandsnorm lager uitviel dan het inkomen van appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat B feitelijk op het adres van appellante woonde, ondanks zijn verklaring dat hij het adres slechts als postadres gebruikte en verbleef in een opvang. Deze verklaring werd niet ondersteund door de opvangregistraties en de verklaring van B's zus.
In hoger beroep voerde appellante aan dat B nooit op haar adres heeft gewoond en dat zij daardoor wel aan de voorwaarden voor de toeslag voldeed. De Raad stelde vast dat het aan appellante was om dit aannemelijk te maken, maar zij slaagde hier niet in. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van de toeslag.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door A.M. Overbeeke in aanwezigheid van griffier S.W. Munneke.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat de medebewoner niet feitelijk op haar adres woonde.