ECLI:NL:CRVB:2016:1398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering na beëindigingsverzoek ondanks misverstand over studiefinanciering
Appellante ontving bijstand na het staken van haar opleiding vanwege een ongeval. Zij zegde de bijstand op per 1 maart 2013 omdat zij studiefinanciering zou aanvragen voor een opleiding aan de Haagse Hogeschool. Het college verzocht om bewijs van studiefinanciering, maar dit werd niet geleverd. Op verzoek van appellante werd de bijstand ingetrokken en terugvordering ingesteld.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit van het college omdat de primaire grondslag van het intrekkingsbesluit was gewijzigd, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellante ondubbelzinnig had verklaard de bijstand te willen beëindigen. De terugvordering werd aangepast.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beëindigingsverzoek berustte op een misverstand over de startdatum van haar studie en studiefinanciering, mede veroorzaakt door psychische problemen. De Raad oordeelde dat dit misverstand niet was aangevoerd tijdens de bezwaarprocedure en dat het college terecht mocht afgaan op het beëindigingsverzoek. Psychische problemen en bijstand van haar moeder konden appellante niet vrijwaren van haar verantwoordelijkheid.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het college de bijstand op goede grond per 1 maart 2013 had ingetrokken. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college de bijstand terecht heeft ingetrokken per 1 maart 2013 ondanks het door appellante aangevoerde misverstand.