ECLI:NL:CRVB:2016:140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- B.J. van de Griend
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over afboeking vakantieverlof tijdens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bij politie
Betrokkene, werkzaam bij de politie, was van 29 maart 2011 tot 1 augustus 2013 gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Appellant, de korpschef van politie, heeft het vakantieverlof van betrokkene over de jaren 2011, 2012 en 2013 volledig afgeboekt vanwege vakantie die tijdens de periode van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid werd genoten.
De rechtbank Amsterdam had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit van appellant vernietigd, waarna appellant in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens het hoger beroep behandeld, waarbij betrokkene en zijn raadsman niet ter zitting verschenen.
De Raad oordeelt dat het afboeken van vakantieverlof tijdens ziekteverlof niet beperkt is tot vakantie die tijdens ziekte is opgebouwd, zoals betrokkene had aangevoerd. Ook faalt het betoog dat niet duidelijk is dat betrokkene hele dagen vakantieverlof heeft genoten, omdat uit de stukken niet blijkt dat hij dit kenbaar heeft gemaakt.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en vernietigt het besluit van 23 februari 2015 ambtshalve. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat het beroep mede was gebaseerd op toen geldende jurisprudentie inzake artikel 29 van Pro het Barp.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afboeking van vakantieverlof wordt in stand gelaten.