ECLI:NL:CRVB:2016:1408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woonsituatie en wisselende verklaringen
Appellant verbleef van januari tot september 2014 in detentie en volgde daarna een dagdetentieprogramma. Op 19 september 2014 vroeg hij bijstand aan en gaf als woonadres het adres van zijn vader op. Het college van burgemeester en wethouders van Diemen weigerde de bijstand omdat appellant niet aantoonbaar zijn hoofdverblijf had op dat adres.
Een onderzoek, inclusief een huisbezoek op 25 september 2014, bracht tegenstrijdigheden aan het licht: appellant had weinig persoonlijke spullen, wisselde verklaringen over zijn kleding en medicatie en kon geen administratie tonen. De rapportage concludeerde dat appellant niet voldeed aan de inlichtingenverplichting.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij zich nog niet had geïnstalleerd vanwege de overgang van detentie naar dagdetentie. De Raad oordeelde dat de bevindingen voldoende waren en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde.
De Raad verwierp ook het verwijt van vooringenomenheid van de rapporteurs en wees het verzoek tot schadevergoeding af. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf op het opgegeven adres.