ECLI:NL:CRVB:2016:1455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding autohandel ondanks motiveringsgebrek
Appellanten ontvingen sinds januari 2010 bijstand op grond van de WWB. Na een onderzoek van de sociale recherche, waarbij bleek dat appellant tussen januari 2010 en november 2011 43 kentekens van voertuigen op zijn naam had en handelde in auto's, trok het college de bijstand over diverse maanden in en vorderde de kosten terug. Tevens werd een maatregel van 100% verlaging opgelegd voor juli 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het ging om sloopauto's voor hun racehobby en dat het college hiervan op de hoogte was via hun begeleiders, zodat geen inlichtingenverplichting was geschonden.
De Raad oordeelde dat appellanten wel degelijk de inlichtingenverplichting hadden geschonden, omdat geen melding was gedaan van de transacties ondanks verklaringen van betrokken consulenten dat zij hiervan niet op de hoogte waren. Door het ontbreken van administratie kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld, waardoor intrekking en terugvordering terecht waren. De opgelegde maatregel was ook gegrond.
Hoewel het college het motiveringsgebrek niet had weggenomen, werd dit gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro omdat appellanten niet in hun belangen waren geschaad. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbeterde gronden. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand en de opgelegde maatregel worden bevestigd ondanks een motiveringsgebrek.