ECLI:NL:CRVB:2016:1460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y. Klik
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand na duurzame scheiding volgens WWB
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van bijstandskosten die het Drechtstedenbestuur heeft opgelegd aan appellant en zijn echtgenote. Het bestuur stelde dat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leefden in de periode van 14 november 2007 tot 23 juni 2010, waardoor de bijstand ten onrechte werd verstrekt en teruggevorderd kon worden. De rechtbank had het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, waarbij een beroep op het EVRM niet inhoudelijk werd behandeld wegens het niet eerder aanvoeren daarvan.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd vastgesteld dat het bestuur bevoegd was de terugvordering over de periode van 14 november 2007 tot 23 juni 2010 mede op appellant te verhalen, maar niet over de periode daarvoor. Het bestuur had vervolgens het terugvorderingsbedrag aangepast en het bezwaar van appellant deels gegrond verklaard. Appellant stelde dat hij in hoger beroep nieuwe gronden mocht aanvoeren, maar de Raad oordeelde dat het geschil beperkt was tot de juiste financiële uitwerking van de terugvordering.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, met als gevolg dat het bestuur het terugvorderingsbedrag over de juiste periode had vastgesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 april 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot terugvordering van bijstand wordt bevestigd.