ECLI:NL:CRVB:2016:1511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit UWV en toekenning IVA-uitkering wegens onjuist vastgestelde beperkingen
Appellant viel op 10 november 2009 uit zijn werkzaamheden wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde bij besluit van 16 mei 2012 dat appellant per 2 november 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op een WIA-uitkering bestond. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar van 17 september 2012. Later meldde appellant zich per 25 juni 2013 ziek met toegenomen psychische klachten, waarna het UWV een WGA-uitkering toekende.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond. In hoger beroep werd een onafhankelijke psychiater, dr. Naarding, benoemd die in zijn rapport van 16 april 2015 en aanvullende brief van 1 september 2015 stelde dat appellant meer beperkingen had dan door het UWV was aangenomen, onder meer vanwege een borderline persoonlijkheidsstoornis. De verzekeringsarts bezwaar en beroep, Bockwinkel, erkende het gedegen onderzoek maar vond geen aanleiding voor een urenbeperking of extra beperkingen.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige omdat diens motivering overtuigend was. Gelet op het arbeidsdeskundig rapport kon appellant met ingang van 2 november 2011 geen van de voorgehouden functies vervullen en was hij volledig arbeidsongeschikt. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het besluit van 16 mei 2012, en bepaalde dat appellant recht heeft op een IVA-uitkering vanaf die datum. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Appellant krijgt met ingang van 2 november 2011 recht op een IVA-uitkering en het besluit van 16 mei 2012 wordt herroepen.