ECLI:NL:CRVB:2016:1512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens juiste vaststelling medische beperkingen
Appellant viel in januari 2012 uit wegens longklachten en psychische problemen en vroeg in oktober 2013 een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze per 1 januari 2014 omdat appellant niet arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische beperkingen correct waren vastgesteld en passende functies waren aangeboden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder dat zijn overgewicht en psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat de beoordeling van de Ziektewet-arts niet was gevolgd. De Raad oordeelde dat de Ziektewet-beoordeling van eind 2015 geen gewicht toekomt voor de situatie per 1 januari 2014, en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor psychische beperkingen op die datum.
De verzekeringsartsen van het UWV hadden het overgewicht betrokken in hun beoordeling. Het enkele feit dat appellant vanaf maart 2012 een Ziektewet-uitkering ontving wegens ongeschiktheid voor eigen werk, betekent niet dat hij per 1 januari 2014 niet geschikt kon zijn voor andere passende functies. Omdat appellant geen nieuwe medische gegevens aanvoerde die een andere beoordeling rechtvaardigen, werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering per 1 januari 2014 wegens juiste vaststelling van de medische beperkingen.