ECLI:NL:CRVB:2016:1517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als begeleider en viel uit wegens psychische klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat haar arbeidsongeschiktheid per 13 april 2014 20,10% bedroeg, wat onvoldoende is voor een WIA-uitkering. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het UWV-besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beoordeling zorgvuldig en deugdelijk was. De beroepsgronden tegen het arbeidskundig rapport werden niet inhoudelijk behandeld vanwege het tijdstip van indiening en het ontbreken van het UWV bij de zitting.
In hoger beroep herhaalde appellante dat haar belastbaarheid werd overschat en dat bepaalde functies niet geschikt voor haar waren. De Raad oordeelde dat de medische grondslag van het besluit deugdelijk was en dat de aanvullende verklaringen geen nieuwe medische informatie bevatten. Hoewel de geschiktheid van de functie telefonist/receptionist minder overtuigend was gemotiveerd, waren er voldoende andere functies passend, waardoor het besluit stand kon houden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.