ECLI:NL:CRVB:2016:1522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslag ambtenaar wegens onvoldoende studievoortgang
Betrokkene was vanaf 1 augustus 2013 aangesteld in tijdelijke dienst voor de duur van een opleiding, waarbij zij een opleiding associate degree accountancy volgde. Na het behalen van twee onvoldoendes, ook na herkansing, en een negatief studieadvies werd zij op 1 maart 2015 eervol ontslagen door de Staatssecretaris van Financiën.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het ontslagbesluit, omdat onvoldoende was onderzocht of maatwerktrajecten mogelijk waren om de opleiding alsnog binnen twee jaar te voltooien. De Staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening ongegrond is omdat geen onverwijlde spoed aanwezig was. Het handhaven van het ontslag is niet uitgesloten en de nadelen van onmiddellijke uitvoering van de uitspraak zijn niet zwaarder dan het wettelijke stelsel toelaat. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.