ECLI:NL:CRVB:2016:1568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als kassière, vroeg een WIA-uitkering aan wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde na verzekeringsgeneeskundig onderzoek dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellante maakte bezwaar en overhandigde aanvullende medische rapporten, maar het UWV handhaafde het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, met name door een ernstige depressie en medicijngebruik, niet juist waren vastgesteld. Zij overhandigde nieuwe rapporten van een psycholoog en medisch adviseur.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld. De aanvullende rapporten boden geen onderbouwd medisch oordeel dat tot twijfel over het UWV-standpunt leidde. Ook de arbeidskundige beoordeling werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.