ECLI:NL:CRVB:2016:1591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van uitspraak over WAO-uitkering
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van de uitspraak van 30 oktober 2015, waarin het Uwv zijn besluit tot weigering van een WAO-uitkering had gehandhaafd. De Raad heeft beoordeeld of er nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening konden rechtvaardigen, zoals bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad overwoog dat het verzoek om herziening geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte die redelijkerwijs niet bekend konden zijn en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Het verzoek was dan ook niet geschikt om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de eerdere uitspraak te betwisten.
Daarom wees de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door L. Koper, in aanwezigheid van griffier N. Veenstra, op 29 april 2016.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.