ECLI:NL:CRVB:2014:1218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening AOW-uitspraak wegens ontbreken nieuw feit of omstandigheid
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 22 februari 2013 betreffende haar recht op een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Raad heeft het verzoek onderzocht, waarbij verzoekster niet is verschenen en de Sociale verzekeringsbank zich heeft laten vertegenwoordigen.
Volgens artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een onherroepelijke uitspraak slechts worden herzien op basis van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij de indiener, en die bij eerdere bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De Raad oordeelde dat verzoekster geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid heeft aangevoerd die aan deze criteria voldoet.
De Raad benadrukte dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de eerdere uitspraak aan te vechten. Omdat het verzoek geen relevante nieuwe gronden bevatte, werd het afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de AOW-uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.