ECLI:NL:CRVB:2016:160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- B.J. van de Griend
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf ontslag wegens ontvreemding rijkseigendommen door ambtenaar
Appellant, werkzaam sinds 1978 in een seniorfunctie bij Defensie, werd na een anonieme melding en een strafrechtelijk onderzoek aangehouden wegens het meenemen van diverse rijkseigendommen zonder toestemming. Tijdens verhoren gaf hij toe dit al twintig jaar te doen en erkende hij het bezit van talrijke defensiegoederen.
De minister legde appellant een disciplinaire straf van ontslag op wegens plichtsverzuim. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn verklaringen onder druk waren afgelegd en dat hij toestemming had gekregen voor enkele goederen, maar deze argumenten werden verworpen. De Raad achtte de verklaringen van appellant consistent en gedetailleerd en concludeerde dat de minister terecht tot het oordeel kwam dat appellant zich schuldig had gemaakt aan plichtsverzuim.
Gelet op de ernst en duur van het gedrag, waarbij appellant gedurende een lange periode stelselmatig goederen voor eigen gebruik meenam zonder toestemming, achtte de Raad het ontslag niet onevenredig. De verwijzing naar een cultuur waarin dit gebruikelijk zou zijn, bood geen rechtvaardiging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het disciplinaire ontslag wordt bevestigd.