ECLI:NL:CRVB:2016:1600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden als kapster en automonteur
Betrokkenen ontvingen sinds 2010 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme tip en verklaringen van derden stelde het college een onderzoek in waaruit bleek dat betrokkenen in de periode 2008 tot 2012 werkzaamheden verrichtten als kapster en automonteur. Het college herzag en trok de bijstand over deze periode in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank oordeelde dat betrokkenen weliswaar werkzaamheden hadden verricht, maar dat het college onterecht het recht op bijstand had ontzegd omdat het op basis van de verklaringen het recht op bijstand had kunnen vaststellen. Het college ging in hoger beroep tegen dit oordeel, terwijl betrokkenen incidenteel beroep instelden tegen het oordeel dat zij werkzaamheden hadden verricht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verklaringen voldoende feitelijke grondslag boden voor het verrichten van op geld waardeerbare arbeid en dat betrokkenen de inlichtingenverplichting hadden geschonden door dit niet te melden. De verklaringen waren echter onvoldoende concreet om het recht op bijstand vast te stellen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van het college gegrond en het incidenteel beroep van betrokkenen ongegrond.
De Raad bevestigde daarmee de intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten, zonder aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van het college wordt gegrond verklaard en het beroep van betrokkenen ongegrond; de intrekking en terugvordering van bijstand blijft in stand.