Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 4 augustus 2014 ongegrond;
- bepaalt dat de Svb het door appellant betaalde griffierecht in hoger beroep ad € 123,- aan
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1930 en woonachtig in Marokko, ontvangt sinds 1995 een gedeeltelijk ouderdomspensioen van de Sociale verzekeringsbank (Svb) op grond van de AOW. In februari 2014 vroeg hij toelating tot de vrijwillige verzekering van de Algemene nabestaandenwet (ANW), maar de Svb wees dit af omdat de aanvraag niet binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering was ingediend.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat door de Svb ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Amsterdam, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens termijnoverschrijding. In hoger beroep betoogde appellant dat hij tijdig beroep had ingesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant het beroepschrift tijdig heeft verzonden binnen de wettelijke termijn en dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, maar bevestigt dat de Svb terecht de toelating tot de vrijwillige verzekering heeft geweigerd omdat de aanmelding niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na het einde van de verplichte verzekering was gedaan.
De Raad verklaart het beroep tegen het besluit van de Svb ongegrond en wijst de gevorderde vergoeding van reis- en verletkosten af omdat niet is gebleken dat deze kosten zijn gemaakt in verband met zitting of medisch onderzoek. De Svb wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot vrijwillige verzekering ANW wordt ongegrond verklaard wegens te late aanmelding.