ECLI:NL:HR:2016:2214

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2016
Publicatiedatum
29 september 2016
Zaaknummer
16/02890
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 ANWArt. 6 ANWArt. 7 ANWArt. 13 ANWArt. 66 lid 1 ANW
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake ANW-besluit Sociale verzekeringsbank

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die op haar beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over een besluit van de Sociale verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW).

De Hoge Raad beoordeelde de ingediende klachten en stelde vast dat het cassatieberoep niet was ingesteld wegens schending of verkeerde toepassing van de wettelijk aangewezen artikelen (artikel 3, tweede tot en met zesde lid, 6, 7 en 13 ANW). Hierdoor konden de klachten niet tot cassatie leiden.

De Hoge Raad besloot daarom het beroep in cassatie ongegrond te verklaren en zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel op 30 september 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.

Uitspraak

30 september 2016
Nr. 16/02890
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 4 mei 2016, nr. 15/2900 ANW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 14/6133) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene nabestaandenwet (hierna: de ANW).

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

Ingevolge artikel 66, lid 1, van de ANW kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 3, tweede tot en met zesde lid, 6, 7 en 13 en de op die artikelen berustende bepalingen.
Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2016.