ECLI:NL:CRVB:2016:1648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk per 1 december 2013
Appellant was werkzaam als metselaar nieuwbouw en meldde zich op 24 juli 2013 ziek wegens knie- en enkelklachten. Vanaf 12 september 2013 ontving hij ziekengeld. Het UWV stelde op 28 november 2013 vast dat appellant per 1 december 2013 weer geschikt was voor zijn werk en beëindigde het recht op ziekengeld. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de bevindingen van de verzekeringsartsen juist.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege rug- en knieklachten nog steeds niet kon werken en onder behandeling was van een fysiotherapeut en revalidatiearts. De Centrale Raad van Beroep volgde echter het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad vond dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, waarbij ook aanvullende medische informatie was betrokken. Nieuwe medische stukken gaven geen aanleiding tot twijfel aan de eerdere conclusies.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep had gemotiveerd dat de medische informatie niet leidde tot een ander oordeel over de geschiktheid per 1 december 2013. Er was geen bewijs dat de klachten op die datum zodanig ernstig waren dat appellant niet kon werken. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat appellant per 1 december 2013 geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.