ECLI:NL:CRVB:2016:1658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugvordering BBZ-lening wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellanten ontvingen in 2009 een rentedragende lening op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor hun bedrijf, dat in 2010 failliet werd verklaard. Het college vorderde de lening terug, wat werd bevestigd in bezwaar en beroep. Appellanten verzochten later om terug te komen van dit besluit en om kwijtschelding van de schuld, maar konden geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aanvoeren die dit rechtvaardigen.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek om kwijtschelding niet kon worden ingewilligd omdat niet was voldaan aan de vereiste aflossingsvoorwaarden binnen vijf jaar na beëindiging van het bedrijf. Appellanten voerden aan dat het college fouten had gemaakt, zoals het niet als preferente schuldeiser optreden en het niet tijdig invorderen, waardoor het recht op invordering zou zijn vervallen. Deze argumenten werden door de Raad verworpen.
De Raad oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden geen nieuwe feiten zijn die een herziening van het besluit rechtvaardigen. Ook was geen sprake van een toezegging die een gerechtvaardigd vertrouwen op kwijtschelding kon wekken. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het besluit tot terugvordering van de BBZ-lening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.