ECLI:NL:CRVB:2016:1661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- Y.J. Klik
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellant en appellante ontvingen beiden bijstand naar de norm voor een alleenstaande, terwijl zij vanaf 19 augustus 2013 gezamenlijk op hetzelfde adres stonden ingeschreven. Naar aanleiding van een melding startte de gemeente Zwolle een onderzoek, dat leidde tot het besluit de bijstand in te trekken en terugvordering te gelasten wegens het verzwegen voeren van een gezamenlijke huishouding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij in hoger beroep gingen. Zij betwistten dat zij een gezamenlijke huishouding voerden. De Raad toetste of aan de wettelijke criteria voor gezamenlijke huishouding was voldaan, waarbij werd vastgesteld dat zij hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en blijk gaven van wederzijdse zorg, onder meer door het delen van boodschappen, gebruik van elkaars spullen en het samen slapen op één kamer.
De Raad verwierp de stellingen van appellanten dat het om een studentenhuis ging met aparte slaapkamers en dat zij slechts goedkope levensmiddelen deelden. De feitelijke situatie en verklaringen tijdens het huisbezoek boden voldoende grondslag om van een gezamenlijke huishouding uit te gaan. Hierdoor konden appellanten niet langer als zelfstandig bijstandgerechtigden worden beschouwd en was de intrekking terecht. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het verzwegen voeren van een gezamenlijke huishouding wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.