ECLI:NL:CRVB:2016:1664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- Y.J. Klik
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omzetting bijstand om niet naar leenbijstand wegens onroerend goed in nalatenschap
Appellant ontving sinds 2006 bijstand op grond van de WWB. Na een onderzoek bleek dat hij mede-eigenaar is van woningen in Marokko via een nalatenschap van zijn ouders. Het college zette daarom de bijstand om van om niet naar leenbijstand, omdat redelijkerwijs kon worden aangenomen dat appellant op korte termijn over voldoende middelen zou beschikken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het college terecht heeft aangenomen dat appellant binnen zes maanden zijn aandeel in de nalatenschap kon gelde maken, mede gezien de waarde van een woning van circa €127.656 en het ontbreken van verifieerbare gegevens over de andere erfgenamen.
De enkele stelling van appellant dat zijn broers en zussen geen belang hadden bij verdeling, is onvoldoende om de omzetting van bijstand te weerleggen. De Raad concludeert dat het college de omzetting naar leenbijstand op juiste gronden heeft gedaan en bevestigt de eerdere uitspraak zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De bijstand is terecht omgezet van om niet naar leenbijstand vanwege het bezit van onroerend goed in nalatenschap.