Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en kreeg een concreet aanbod voor een dienstverband bij een besloten vennootschap. Na een gesprek over arbeidsvoorwaarden legde het dagelijks bestuur een verlaging van de bijstand op wegens weigering van algemeen geaccepteerde arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde en tevens vergoeding van schade vorderde. De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht de verlaging toepaste over oktober 2014 en dat het werkaanbod concreet was, ondanks het ontbreken van een schriftelijke arbeidsovereenkomst.
De argumenten van appellant dat het werk niet passend was en dat hij het aanbod niet definitief had afgewezen, werden onvoldoende onderbouwd geacht. Ook het beroep op disproportionaliteit en een hogere vergoeding van proceskosten faalden.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens weigering van algemeen geaccepteerde arbeid wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.